Plastisch chirurg raakt zenuwen tijdens buikoperatie

Je leven kan na een medische fout een dramatische ommekeer ondergaan. Dit heeft Toos ervaren. Vóór de medische fout was ze erg actief. Ze werkte in een verzorgingstehuis, had veel hobby’s en was de spil van haar gezin van vijf kinderen. Nu zit Toos in een rolstoel omdat ze niet meer kan lopen. Haar man heeft reuma en als hij een slechte dag heeft, kan hij amper op zijn benen staan. Laat staan dat hij haar rolstoel kan duwen en over drempels kan tillen. Vroeger hielden mensen stil om een praatje te maken, nu vermijden ze haar. Als Toos en haar man de deur uitgaan en worstelen om over een drempel te komen, komt het voor dat iemand anders snel zijn voordeur dichtdoet in plaats van hen te helpen. Vroeger had ze vijfentwintig vrienden, nu nog maar vijf.  In februari 1999 wordt Toos opgenomen in het Sint Elisabeth Ziekenhuis in Tilburg om door plastisch chirurg B. aan haar buik geopereerd te worden. Ze heeft een fistel in haar buik. Hierdoor heeft ze niet alleen veel pijn maar is ook haar navel verdwenen. Ze wil dat er een nieuwe navel wordt aangebracht. Meteen na de operatie doen haar benen pijn en kan ze die niet meer bewegen. De volgende dag komt B. erbij. Die denkt dat haar benen tijdens de operatie van drie en een half uur te strak vastgebonden hebben gezeten. Hij stelt Toos gerust dat het vanzelf wel overgaat. Vijf dagen na de operatie is het nog niet over. Het wordt B. duidelijk dat er iets anders aan de hand is, maar wat weet hij niet. Van een medische fout is echter absoluut geen sprake. B. zegt tegen Toos: “Met mijn hand op mijn hart, ik heb geen fout gemaakt. Ik zit al meer dan vijfentwintig jaar in dit vak en ik heb nog nooit een fout gemaakt.” Toos riposteert: “Nou dokter, iedereen maakt fouten. Als u geen fouten maakt, bent u een heilige.” Daar heeft B. niet van terug. B. zegt toe alles in het werk te stellen om haar te helpen. “Al moet ik heel de wereld met je rond, maar beter maak ik je”, belooft B. haar. Dit zegt hij ook tegen haar kinderen. Als ze wil, regelt hij dat ze naar zijn vriend neuroloog E. in het Universitair Medisch Centrum St. Radboud in Nijmegen kan gaan. Hij ontkent dat hij zenuwen in haar buik heeft geraakt, maar E. zegt dat dat wel degelijk is gebeurd. Toos kan niet meer lopen en moet een rolstoel huren. Omdat ze door haar invaliditeit veel minder beweegt, wordt ze dikker. Hierdoor moet ze kosten maken voor nieuwe kleding. Doordat Toos incontinent is geworden, moet ze constant dik verband tussen haar benen dragen. Toch kan er altijd enige lekkage optreden. Hiervan lijden haar kleding en beddengoed. B. belooft al deze kosten voor zijn rekening te nemen op voorwaarde dat Toos er geen advocaat bij haalt want hij heeft een gezin waaraan hij moet denken. B. blijkt niet vies te zijn van een dreigementje. Op buitengewoon intimiderende wijze zegt hij dat als ze er een advocaat bij haalt, ze niet meer bij hem terug hoeft te komen want dan helpt hij haar niet meer. Een gezin heeft Toos ook en als ze er geen advocaat bij mag halen, is er natuurlijk iets niet in de haak. Daarom stapt ze toch naar een advocaat. Die krijgt niet het medisch dossier. Na een bezwaarschrift en vele telefoontjes mag hij het wel inzien. Er bevindt zich geen operatieverslag in. B. zegt dat hij nooit een operatieverslag maakt. Als dat waar is, handelt B. in strijd met de wet, want een operatieverslag is wettelijk verplicht. Toos belt B. een keer of zes. Zijn secretaresse zegt iedere keer dat ze een briefje klaarlegt en dat B. zal terugbellen. Maar B. belt nooit terug.

Later bevestigt neuroloog Z. in het Universitair Medisch Centrum St. Radboud de mening van E. Er moeten zenuwen geraakt zijn. Hierdoor zijn haar benen invalide, heeft ze meestal pijn in haar benen, die soms ondraaglijk is, en is haar buik onder haar navel gevoelloos.

Van de gemeente Tilburg krijgt Toos een oude rolstoel. Die is te klein. Een naam voor de ziekte van Toos bestaat niet. Daarom krijgt ze geen fatsoenlijke rolstoel, geen gezinshulp en geen aanpassingen in haar woning. Toos spant een rechtszaak aan tegen de gemeente. Die stelt voor dat ze een rolstoel krijgt als ze de rechtszaak intrekt. Dat doet ze. Drie dagen later ontvangt ze van de gemeente een brief dat ze geen rolstoel krijgt omdat ze nog een oude rolstoel heeft. Een journalist vindt dit zo schandalig dat hij een artikel voor de krant schrijft. Op de dag van verschijnen wordt Toos ’s ochtends om negen uur gebeld door de gemeente. In een mum van tijd is alles geregeld. Ze krijgt een fatsoenlijke rolstoel, gezinshulp en aanpassingen in haar woning. Toos wil gerechtigheid. B. moet zijn fout toegeven, haar schadeloosstellen en de kosten betalen die hij beloofd had te vergoeden. Verder wil ze een praatgroep opzetten. Dan kan ze ervaringen met lotgenoten uitwisselen. Een luisterend oor is al een geweldige steun. Ze wil geen zielige verhalen. Daarvan kom je alleen maar verder in de tunnel. Ze wil een energieke groep die elkaar helpt als iemand in een dal wegglijdt. Voelt u zich aangesproken? Belt u dan gerust Toos. Haar telefoonnummer is 013 – 570 53 04.

Terug naar zwartboek