Miscommunicatie tussen artsen veroorzaakt overlijden
Op 19 september 1998 rijdt Sven op zijn scooter. Een automobiliste let niet goed op en verleent geen voorrang. Sven wordt aangereden en komt ten val. De hulpverlening is razend snel ter plekke. De politie houdt de hele weg vrij voor de ambulance, zodat Sven binnen 20 minuten in het St.-Maartens Gasthuis in Venlo is. Sven is gered in het wegverkeer, maar zal sterven in het medisch verkeer ...
In het ziekenhuis krijgen de ouders van Sven te horen dat hij zijn been heeft gebroken en bewusteloos is. Hij heeft een hersenschudding. De beenbreuk moet worden geopereerd, maar hij moet wachten op een ander spoedgeval. Ondertussen wordt Sven naar de intensive care gebracht.
De ouders zijn natuurlijk ongerust en stellen allerlei vragen aan assistent-chirurg M. Mag Sven met zijn bewusteloosheid onder volledige narcose? "Zeker niet!" zegt M. vastbesloten. Op hun vraag of er röntgenfoto's van zijn hoofd moeten worden gemaakt, antwoordt M. dat dat niet nodig is.
Uiteindelijk wordt Sven z'n been gezet. Dit gebeurt nota bene toch onder volledige narcose. Hij komt niet bij uit zijn bewusteloosheid, maar hij beweegt zich wel. Het behandelend team zegt tegen de ouders dat alles redelijk goed gaat met hun zoon. Rond middernacht begeven ze zich dan ook naar huis.
's Nachts ligt Sven zonder toezicht van een verpleegkundige. Hij moet hevig braken maar kan dat niet door een beademingsbuis. Waarschijnlijk ontstaat hierdoor een zuurstofgebrek en als gevolg daarvan extra hersenbeschadiging. Om 1.45 uur besluit het behandelend team om alsnog een röntgenfoto van zijn schedel te maken. Hieruit blijkt dat hij verschillende schedelbreuken heeft. Om geopereerd te worden aan zijn hoofdletsel wordt hij overgebracht naar het Academisch Ziekenhuis Maastricht. Helaas mag de hersenoperatie niet meer baten. Zonder nog bij kennis te komen overlijdt Sven enkele dagen later.
De patholoog-anatoom en de Inspecteur voor de Volksgezondheid vertellen de ouders dat hun zoon een heel goede kans op herstel zou hebben gehad als hij direct adequaat was geholpen. In het St.-Maartens Gasthuis heeft Koning Chaos geregeerd. Zowel artsen als verpleegkundigen hebben langs elkaar heen gewerkt en de ouders zijn niet gewaarschuwd toen de toestand van hun zoon verslechterde. Zelfs niet toen besloten werd hem naar een ander ziekenhuis te brengen. Latere gesprekken met de behandelaars, neuroloog M., anesthesist De K., algemeen chirurg R. en assistent-chirurg M., leveren niets anders op dan keiharde leugens over de gang van zaken. Hierbij neemt neuroloog M. een buitengewoon arrogante air aan en toont hij geen enkel medeleven.
De ouders proberen om via een civielrechtelijke en strafrechtelijke procedure de waarheid boven tafel te krijgen: dat Sven nog zou leven als er geen fouten waren gemaakt. Zowel de Inspecteur voor de Volksgezondheid als justitie zeggen dat er sprake is van nalatigheid en grove fouten met ernstige gevolgen. Maar omdat opzet niet bewezen kan worden, leveren beide gerechtelijke procedures niets op.
In hun zoektocht naar gerechtigheid zoeken de ouders nu hun heil bij het Medisch Tuchtcollege. Maar wie de "rechtspraak" van dit college enigszins kent, weet dat de kans erg groot is dat hun een nieuwe pijnlijke teleurstelling wacht.