Door verkeerde behandeling moet been geamputeerd worden
Een van de bekendste medische missers is de amputatie van het verkeerde been. Ook door een andere blunder kun je een been kwijtraken. Dit noodlot heeft Gustav getroffen. Begin november 1998 stoot hij zijn rechterbeen hard tegen de hoek van een tafel. Een kwartier later krijgt hij krampen in zijn kuit. Het voelt alsof iemand hem elektrische schokken in zijn kuit toedient. Hij heeft enkele dagen last van een koud, gevoelloos en soms pijnlijk rechteronderbeen. ’s Nachts is zijn rechtervoet ijskoud.
Gustav gaat donderdag 5 november naar zijn huisarts. Deze verwijst hem door naar het Medisch Centrum Molendael in Baarn. De volgende dag komt hij bij algemeen chirurg V. Die laat hem opnemen omdat de voet nauwelijks doorbloed en ijskoud is. “Ik ben dit weekend vrij”, zegt V. tegen Gustav. Hij laat een duplexscan maken. Daaruit blijkt dat een slagader in het bovenbeen dichtzit. Internist G. stelt Gustav gerust: “Maakt u zich niet ongerust, er is nog een slagader en die is open.” Maandag en dinsdag komt V. niet langs. Op maandag 9 november noteert G. in de status dat het helemaal niet goed gaat. Op instructie van V. dient hij Gustav heparine toe. Zeven dagen krijgt hij dit middel. Zijn vrouw schrikt erg als ze hem dinsdag 10 november bezoekt in het ziekenhuis. Hij heeft veel pijn en kan niet lopen. Op het been zitten grote blauwe blaren. Als ex-verpleegkundige vertrouwt ze het niet, maar haar man blijft er rustig onder en zegt dat hij morfine tegen de pijn krijgt. Pas op woensdag 11 november komt V. weer langs. Hij laat met behulp van een contrastvloeistof een foto van het vatenstelsel in het been maken. De uitslag is alarmerend. Gustav wordt onmiddellijk overgebracht naar het VU medisch centrum in Amsterdam. Twee dagen wordt geprobeerd om hem te behandelen met urokinase en streptokinase. Deze behandeling mag niet meer baten. Er zit niets anders op dan het onderbeen af te zetten. Twee weken later moet ook het bovenbeen geamputeerd worden.
Tegen V. dient Gustav een klacht in bij het Medisch Tuchtcollege Amsterdam. Dit verklaart de klacht ongegrond. Gustav gaat in hoger beroep bij het Centraal Medisch Tuchtcollege in Den Haag. Hij vraagt prof. Van D. om advies. Die is vaatchirurg en emeritus ordinarius van de Universiteit van Amsterdam. Zijn conclusies laten aan duidelijkheid niets te wensen over. Hij stelt dat Gustav een traumatische trombose heeft opgelopen van een of meer bloedvaten van het rechterbeen waarna een afsluiting van de bovenbeenslagader werd vastgesteld. Dit is een zogenoemde acute arteriële trombose. Hiervoor bestaan drie behandelmethoden. Ten eerste kan het stolsel operatief verwijderd worden. Een tweede mogelijkheid is om trombolytica te gebruiken. Dit zijn stoffen die een stolsel oplossen. Een derde behandeling is de zogenoemde aspiratietrombectomie. Hierbij wordt met een katheter het stolsel weggezogen. Volgens prof. Van D. is het zeker dat de behandeling met heparine in het geval van Gustav niet adequaat was. Heparine voorkomt namelijk het aangroeien van een stolsel, maar lost het stolsel niet op. Dat de klacht door het Medisch Tuchtcollege Amsterdam ongegrond is verklaard, noemt prof. Van D. “zonder meer een blunder”. Met gelieg probeert V. onder een tuchtrechtelijke maatregel uit te kruipen. Hij liegt dat hij zeker op de maandag na zijn vrij weekend bij Gustav is geweest. Niemand heeft hem echter gezien en in de status staat niets van een bezoek. Het Centraal Medisch Tuchtcollege legt V. alsnog de maatregel van waarschuwing op.
Volgens de Vereniging van Vaatpatiënten is een klein ziekenhuis niet voldoende geoutilleerd voor ernstige problemen met vaten. Dergelijke aandoeningen behoeven een 24-uursbeschikbaarheid van een interventieradioloog en van een angiografiekamer. Het Medisch Centrum Molendael voldoet hier niet aan.
Gustav kan nog steeds niet geloven wat hem is overkomen. Hij stoot zich tegen een tafeltje en twee weken later moet zijn been geamputeerd worden. Hij betreurt het dat hij niet flink stampij gemaakt heeft in het ziekenhuis toen hij crepeerde van de pijn. Misschien had hij dan de juiste aandacht van verpleegkundigen en artsen gekregen. Misschien had hij dan nog zijn rechterbeen kunnen behouden.